Uitgelicht

Wat is gastouderopvang?

De basisvoorwaarden voor mijn gastouderopvang zijn een kindvriendelijke, stimulerende en veilige omgeving bieden, waarin elk kind en ouder zich welkom voelt en herkent.

IMG_7534

Er is spelmateriaal aanwezig dat functioneel is voor de diverse ontwikkelingsgebieden voor baby′s van 0 tot 1,5 jaar en voor kinderen van 1,5 jaar tot en met 4 jaar.

Door het kunnen geven van zowel individuele als groepsgerichte aandacht, krijgt het kind de kans zich zo volledig mogelijk te ontplooien en wordt de algehele ontwikkeling optimaal gestimuleerd.

Hoofddoel is de kinderen te laten spelen, alleen en met anderen.

Doordat Gastouderschap De Blauwe Driehoek kleinschalig is kan er volop aandacht gegeven worden aan elk individueel kind.

Om goed in de samenleving te kunnen functioneren is het nodig dat kinderen de waarden, normen, regels van de maatschappij waarin zij leven, leren kennen en zich eigen maken. Zo kunnen zij hun weg vinden in de maatschappij. Gastouderschap De Blauwe Driehoek biedt hiertoe een uitgelezen mogelijkheid omdat het een bredere samenlevingsvorm is dan het gezin waarin het kind opgroeit.

Het functioneren binnen een groep biedt mogelijkheden om zich de algemeen geldende waarden, normen en regels van de samenleving, eigen te maken. Wat de algemeen geldende waarden en normen zijn, omvatten we vaak in een intuïtief gevoel: ″zo gaat dat hier″, ″zo doen we dat″.

Bij de ontmoeting met andere culturen zien we dan dat wat voor ons ″gewoon″ is, niet voor iedereen en overal geldt. Kleine kinderen zijn erg gevoelig voor het ″zo doen wij het hier″, zij nemen deze waarden en gedragingen snel over wanneer zij dit van de groep zien.

Gastouderschap De Blauwe Driehoek probeert voortdurend bewust te zijn van haar voorbeeldfunctie: kinderen hebben een sterke neiging volwassenen te imiteren en dus moet het gedrag dat de kinderen aangeleerd wordt ook gedemonstreerd worden. Enkele normen en waarden die Gastouderschap De Blauwe Driehoek hanteert:

  • Luisteren naar elkaar
  • Wachten op je beurt
  • Elkaar respecteren
  • Rekening houden met elkaar

Ik ga ervan uit dat als kinderen ondervinden dat jij rekening met hen houdt, hen accepteert en naar hen luistert, zij ook met jou/anderen rekening zullen houden en naar jou/anderen zullen luisteren. Zij zullen dit voorbeeldgedrag als de geldende norm gaan hanteren.

Daarnaast wil ik de kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen voor mensen en materie in hun leefomgeving. Daarvoor moet ik hun de verantwoordelijkheid geven die zij aankunnen: we dragen samen zorg voor de dagelijkse gang van zaken. Ik leer de kinderen zorg te dragen voor zichzelf, anderen, het speelmateriaal en de binnen- en buitenruimte. Bijvoorbeeld niet met speelgoed gooien, want dan gaat het kapot of iemand bezeert zich. Speelgoed regelmatig opruimen; alles op een vaste plaats, zodat anderen het weer gemakkelijk kunnen terugvinden. Jezelf aan- en uitkleden. Als je gemorst hebt, zelf een doekje pakken en dit opruimen.

Het uitgangspunt om de juiste waarden en normen over te brengen is een positieve houding. Dat betekent dat gewenst gedrag wordt beloond met een compliment, met speciale aandacht. En, een ″ongelukje″ wordt benoemd en samen met het kind maken we het schoon. Dit benoemen van dergelijke ongelukjes doen we met een accepterende houding. Soms zoekt een kind bewust de grenzen op. Het kind mag hiermee experimenteren, het hoort bij de ontwikkeling. Ik benoem het gedrag wat ongewenst is en geef een voorbeeld van gewenst gedrag in die situatie. Ik maak afspraken met het kind en maak duidelijk wat de regels zijn en waar de grens is, als een kind hier tegenaan loopt.

Algemene voorwaarden en Inspectierapporten

algemenevoorwaarden pdf

2018-03-07Inspectierapport DEF OVR VGO Swart de de Looff

2016-08-22 JRL Definitief Mw. D. Swart- De Looff, Thomaslaan 22, Eindhoven 

VVE Startblokken gecertificeerd

startblokken kopie

1. Scheppen van ontwikkelingsmogelijkheden voor kinderen

Door het kunnen geven van zowel individuele als groepsgerichte aandacht, krijgt het kind de kans zich zo volledig mogelijk te ontplooien en wordt de algehele ontwikkeling optimaal gestimuleerd.

Hoofddoel is de kinderen te laten spelen, alleen en met anderen.

Doordat gastouderschap De Blauwe Driehoek kleinschalig is kan er volop aandacht gegeven worden aan elk individueel kind. Tevens leren de kinderen zich goed te ontwikkelen in een groepssituatie. De groep is klein zodat de kinderen optimaal van elkaar kunnen leren en zo de groepsnormen en waarden leren van elkaar.

1.1 Ontwikkeling van sociaal-emotionele ontwikkeling

Basisvoorwaarde voor een gunstige ontwikkeling in algemene zin is een goede sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Voor deze ontwikkeling is het belangrijk dat kinderen zich veilig en geborgen voelen, hiervoor is het nodig dat er duidelijke regels en grenzen zijn en een vaste kracht.

Door positief in te gaan op blijdschap, verdriet, boosheid en angst wordt de ontwikkeling van het leren kennen van de eigen gevoelens gestimuleerd. De gevoelens van de kinderen worden serieus genomen, er wordt naar hen geluisterd en met hen meegeleefd.
Er wordt vanuit het kind gedacht.

Ik werk kindgericht. Ik verplaats me (vaak letterlijk) naar het niveau van het kind. Hiermee bied ik ruimte aan het kind om me te benaderen en te laten weten, zien wat hij of zij van mij wilt. Ik maak de afstand tussen de volwassene en het kind kleiner door mij naar hun hoogte te verplaatsen. Praktisch betekent dit dat ik bij de baby′s veelal op de grond zit, of op een laag stoeltje en met de kinderen meespeel. Bij de peuters zorg ik ervoor dat ik door mijn knieën zak als ik met hen praat, zodat we op oogniveau met elkaar zijn. Ook bij de peuters speel ik mee. Om ze te stimuleren in hun spel of een beetje op gang te helpen als ze iets moeilijk of eng vinden. Kinderen ontlenen veel veiligheid aan een volwassene aan hun zijde wanneer ze zelf wat onzeker zijn. Zo komen ze net wat sneller een ′drempeltje′ over.
Ik geef door een open en toegankelijke houding naar het kind, het gevoel dat ze bij mij terecht kunnen met hun verhaal en emoties. Ik luister goed naar gedrag en woord en vraag na of controleer of ik het kind goed begrepen heb.
Om een positief beeld van zichzelf te kunnen ontwikkelen, wordt positief gedrag van het kind benoemd. Er wordt opbouwende kritiek gegeven. Negatief gedrag wordt zoveel mogelijk genegeerd, mits het geen gevaar oplevert voor het kind of zijn omgeving.

Doel dat ik nastreef:
• dat de kinderen samen kunnen spelen met de beschikbare speelmiddelen en andere materialen
• dat ze zich in de dagelijkse routines zich steeds beter kunnen redden: aankleden, opruimen, dingen openen en sluiten

1.2 Ontwikkeling van identiteit en zelfredzaamheid

Om de identiteit te stimuleren wordt regelmatig de voornaam en de achternaam van het kind genoemd. Zo leert het kind wie hij is, hoe hij heet en dat hij iemand is. Vanaf twee jaar wordt er gewerkt aan zelfstandigheidsbevordering en zelfredzaamheid, zoals zelf de handen wassen, zelf jas aantrekken en zelf naar de wc gaan, maar ook zelf een puzzeltje maken of iets opruimen.

Doel dat ik nastreef:
• dat de kinderen zich in de dagelijkse routines zich steeds beter kunnen redden: aankleden, opruimen, dingen openen en sluiten

1.3 Cognitieve (verstandelijke) ontwikkeling

Kinderen leren spelenderwijs de wereld om zich heen te ontdekken. De basis van de cognitieve ontwikkeling is het zelf ervaren door te voelen, proeven, ruiken en manipuleren met voorwerpen.

Ik leg een pedagogische basis voor de kinderen. Deze basis komt pas in werking als er activiteiten zijn waarin volwassenen en kinderen samen betrokken zijn. Daarom zijn activiteiten en inhouden nodig die voor kinderen persoonlijk van betekenis zijn en die tevens ontwikkelingsbevorderend zijn. Betekenisvolle activiteiten zijn die activiteiten die passen bij wat een kind graag doet en die het persoonlijk als zinvol en interessant ervaart. Ik wil de kinderen hierin begeleiden en mijn rol is hierin bemiddelend.

Doel dat ik nastreef:
• dat de kinderen spelenderwijs de wereld om zich heen ontdekken

1.4 Taal- en spraakontwikkeling

Taalontwikkeling heeft meer om het lijf dan het maken van klanken, gebruiken van woorden en het maken van goede zinnen. Het gaat er vooral om dat kinderen taal actief als communicatiemiddel gaan gebruiken om zich te uiten en onder woorden te brengen wat hen bezighoudt. En dat ze taal gebruiken om hun handelen en denken te sturen.

Ik stimuleer de taalontwikkeling bij baby′s door de dagelijkse routines constant aan spreektaal te verbinden. Elke dag weer dezelfde patronen, bijvoorbeeld bij het wassen, aankleden, voeden en naar bed brengen. Samen plezier hebben in de dagelijkse rituelen is heel belangrijk.

Via voorwerpen, gezichtsuitdrukkingen en intonatie is er sprake van interactie tussen kind en volwassene. Zo leert het kind klanken, woorden en zinsbouw kennen. Maar vooral leert het over de dingen, ervaringen, gebeurtenissen, plannen en fantasieën.

Kinderen tussen de 14 en 24 maanden praten aanvankelijk over wat ze doen en over de dingen om hen heen. Niet alleen in het ′hier en nu′ (dat wat ze op hetzelfde moment zien) overigens, zoals we vaak veronderstellen. Op die leeftijd praten ze ook al over dingen en gebeurtenissen die niet direct aanwezig zijn.

Dit praten over het ′daar en dan′ neemt tussen de twee en vier jaar sterk toe.
Wat kinderen te vertellen kunnen hebben, komt voort uit wat ze meemaken en zelf heel belangrijk vinden.

Doel dat ik nastreef:
• dat ik de kinderen hun ontwikkelingsmogelijkheden d.m.v. spel en activiteiten volop tot bloei laat komen.